Chemotherapie is een methode van behandelen met cytostatica. Hierbij worden medicijnen gebruikt die een remmende werking hebben op snelgroeiende cellen. Er zijn tientallen verschillende soorten cytostatica. Meestal wordt er een combinatie van verschillende cytostatica gegeven om een zo goed mogelijk effect te bereiken.
Doordat ons lichaam nog meer snel groeiende cellen bevat, zoals slijmvliescellen, bloedcellen en zaadcellen, kan een behandeling met cytostatica verschillende bijwerkingen geven.
Een behandeling met cytostatica kan om verschillende redenen gegeven worden:
- Om te genezen, dit heet dan een in opzet curatieve behandeling.
- In aanvulling op een operatie om mogelijk kwaadaardige cellen die achter zijn gebleven alsnog te doden. Hierdoor is er een grotere kans op genezing. We noemen dit een adjuvante behandeling.
- Of om klachten die de ziekte geeft (bijvoorbeeld pijn of benauwdheid) te verhelpen of verminderen. We noemen dit palliatieve behandeling.
Cytostatica kunnen op verschillende manieren worden ingenomen of toegediend.
- Via de mond in tablet of capsule vorm
- Via de huid met een injectie onder de huid of in een spier
- Via een infuus rechtstreeks in een ader
Meestal wordt de cytostatica volgens een vastgesteld schema gegeven.
Indien u wordt behandeld met cytostatica, dan vindt u uw schema op uw eigen zorgpagina onder het kopje "Mijn Esperanz". Hier leest u o.a. ook meer over de soort chemotherapie die u de komende tijd zult ondergaan maar ook over de specifieke bijwerkingen die u wellicht kunt verwachten.
Uw behandeling vindt plaats op de verpleegafdeling of op de dagbehandeling oncologie van uw ziekenhuis. Veelal heeft dit te maken met de toedieningsduur van de medicijnen en soms ook met uw conditie.
Op beide afdelingen dienen uitsluitend hiertoe gekwalificeerde verpleegkundigen u de cytostatica toe in opdracht van uw behandeld arts. Het werken met cytostatica vereist specifieke richtlijnen en protocollen.
Hulpverleners komen veelvuldig met cytostatica en hun afvalproducten in aanraking. Daarom zijn de richtlijnen voor het omgaan met deze producten (AR BO) strenger op de afdelingen dan wij adviseren voor thuis.
<< Terug naar de vorige pagina